Toen ik zwanger was, heb ik geen enkel boek gelezen over baby’s. Alles wijst zich vanzelf wel, dacht ik. Dat kind geeft zelf wel aan wanneer het honger heeft en wanneer het moe is, daar hoef ik geen boek over te lezen. Zo’n supermoeder bleek ik toch niet te zijn.
Voor het meeste gold inderdaad dat het zich vanzelf wees, behalve het slapen. Het eerste half jaar heeft Lila chronisch slaapgebrek gehad (en wij ook) simpelweg omdat ik de signalen niet zag. Oma wel, maar daar luisterde ik niet naar. Pas toen ik haar via een strak schema dutjes liet doen en naar bed bracht, kreeg iedereen zijn leven weer terug. Wat een verademing. Ik heb hiervoor een aantal boeken geraadpleegd, maar mijn absolute bijbel (hij ligt hier naast me op mijn bureau) is van Dr Marc Weissbluth, Healthy sleep habits, happy child. Het fijne aan dit boek is dat je er tot de puberteit wat aan hebt.
Achteraf vond ik het wel sneu dat die eerste maanden onnodig zwaar zijn geweest. Ik bleef maar met dat kind zeulen tot ze sliep. Ik heb nog nooit zoveel gewandeld als in die maanden. De benadering van het boek spreekt me erg aan: Je doet je kind een plezier als je het laat slapen en als je het leert slapen. Ook alleen.